Archief

Klik hier voor foto’s van de 3e editie van Haarlemse Lente, die plaatsvond van 14 t/m 16 maart 2014.

Klik hier voor de fotoreportage van de 3e editie van Haarlemse Lente, gemaakt door www.dichtbij.nl op 14 maart 2014.

Klik hier voor foto’s van de 2e editie van de Haarlemse Lente, die plaatsvond van 8 t/m 10 maart 2013.

Klik hier voor foto’s van de Afterparty van de 2e editie van de Haarlemse Lente.

Klik hier voor foto’s van de 1e editie van de Haarlemse Lente, die plaatsvond op 16 maart 2012.

 
In het kader van Haarlemse Lente 2014 werd i.s.m. kunsttijdschrift Tubelight een Workshop Kunstkritiek aangeboden. Uit alle deelnemers zijn twee winnaars geselecteerd, waarvan de eerste bij deze wordt gepubliceerd op de website van Haarlemse Lente. Gefeliciteerd Lieke Wijnia!

* * *

Zwagermans beeldgedicht het sterkst zonder rijm

Auteur: Lieke Wijnia

Musea lijken te ontdekken dat schrijvers een fris perspectief kunnen bieden op hun kunstcollecties. Nadat Nico Dijkshoorn een audiotour maakte voor het Kröller Müller Museum en Rijksmuseum Twenthe haar vaste collectie opnieuw liet inrichten door Atte Jongstra, vroeg het Haarlemse Teylers Museum schrijver Joost Zwagerman (1963) als gastcurator. Zwagerman is geen gelegenheidsliefhebber. Beeldende kunst is een terugkerend thema in zijn schrijven en hij maakte eerder de tentoonstelling Rollercoaster in het MOTI in Breda. Om haar rijke prentencollectie onder de aandacht te brengen, liet Teylers Museum de schrijver een selectie maken uit haar 40.000 werken op papier. De tentoonstelling Zwagerman Kiest werd geopend tijdens de jaarlijkse kunstmanifestatie Haarlemse Lente.

In het gedimd verlichte prentenkabinet van Teylers Museum brengt Zwagerman een intieme en overzichtelijke selectie prenten. Zijn uitgangspunt was de verzameling Nederlandse kunst na 1945. Hieruit koos hij favorieten en dook vervolgens de geschiedenis in om te zien welke werken een goede combinatie maakten. Museumconservator Terry van Druten ondersteunde hem hierbij. Door de tentoonstelling consequent een beeldgedicht te noemen, benoemt Zwagerman hoe sommige prentcombinaties rijmen doordat ze hetzelfde onderwerp afbeelden. In andere combinaties hebben de prenten een minder letterlijke relatie. Zo benadrukt hij de intuïtieve en associatieve manier waarop de tentoonstelling tot stand kwam.

De eerste aantrekkingskracht van de tentoonstelling is niet zo zeer de gekozen kunstwerken als wel het feit dat een bekende schrijver ze uitkoos. Wat volgt is de vraag in hoeverre Zwagermans keuze voor het beeldgedicht als manier van tentoonstellen iets bijdraagt in de beleving van de prenten. Zoals in een gedicht rijm niet noodzakelijk is, hoeven in een beeldgedicht de gecombineerde prenten niet per sé precies hetzelfde onderwerp te tonen. Dit wordt direct gedemonstreerd door de eerste combinatie in de tentoonstelling; Jacques Hezemans’ litho Stilleven met kandelaar en kruik (c.1920) en Blad met zes etsen (zonder datum) van Sypke Huismans. De etsjes zijn ronde non-figuratieve studies, die met hun ontregelde geometrische vormen in zwart en wit sterk resoneren met het diepe, ogenschijnlijk oneindige zwart in de kruik.

Het doel van Zwagerman is dat de hedendaagse prenten de manier van kijken naar oudere werken informeert en verrijkt. Maar het valt te betwijfelen hoe Ed Drukkers’ zeer geabstraheerde Drie figuren op een zwart strand: Thera (1980) anders doet kijken naar een houtskooltekening naar Giambologna getiteld Vrouwelijk naakt op de rug gezien (1610-1630). Boven Drukkers’ werk hangt een ets van Jacob Ernst Marcus, getiteld Zittende man en vrouw en zittende naakte man uit 1808. In de terminologie van Zwagerman rijmen de beelden van Drukkers en Marcus letterlijk. Dit gebeurt ook in de combinaties van historische en hedendaagse bomen, vogels en stadsgezichten, die laten zien hoe dezelfde onderwerpen in verschillende periodes evenzo verschillend werden benaderd. Het zijn stuk voor stuk interessante prenten, maar de verbanden zijn zo overduidelijk dat Zwagerman zichzelf overbodig maakt.

Echt interessant wordt het op de plaatsen waar de schrijver de voor de hand liggende beeldrijm niet heeft toegepast. Piet Tuytels Zonder Titel (2002) toont de kracht van de kleur rood op verbluffend eenvoudige, Mondriaan-achtige wijze. In Rood Dier (1995) gebruikt Armando juist figuratie om precies hetzelfde te doen. In vervaarlijk rood kijkt het beest met een toegeknepen oogje sluw de wereld in. Marlene Dumas’ waterverfprent Razor in the Head (1989) vult de ets Thomiris laat het hoofd van Cyrus in een vat met bloed dompelen (1841) van Thomas Dick goed aan. Op de hedendaagse kijker heeft de ets bij lange na niet  het choquerende effect dat deze op vroegere kijkers moet hebben gehad. Door de combinatie met Dumas’ gestileerde paars-roze bloedproppen, inclusief lugubere titel, vertellen de prenten gezamenlijk een verhaal.

Zwagermans beeldgedicht kent een paar van het soort dichtregels dat zo voor de hand ligt dat ze van weinig toegevoegde waarde zijn. De tentoonstelling is het meest poëtisch daar waar de combinaties van prenten elkaar niet letterlijk spiegelen, maar waar ze elkaar echt iets te bieden hebben. Prenten die elkaar niet echoën maar aanvullen, waardoor ze verschillen in tijd en artistieke visies overbruggen. Door zo te combineren geeft Zwagerman de kunstwerken een actuele waarde. In het prentenkabinet van Teylers zijn het deze momenten die getuigen van Zwagermans frisse perspectief, en die laten zien dat zijn visuele gedicht het sterkst is als de regels niet precies rijmen.